F2447789-3359-49C8-BA40-E2C2EB8B5592

Terugblik Symposia

Inmiddels hebben de beide symposia weer plaatsgevonden. De “dynamische kalverhouderij en zijn mogelijke tendensen” werden belicht door dhr. Swinkels (als adviseur en bestuurslid/vice voorzitter van diverse bestuurlijke organisaties gelieerd aan de kalverhouderij, zowel nationaal als internationaal) en Bert van den Berg (programmamanager veehouderij van de Dierenbescherming). Beiden hebben vanuit hun standpunt hun visie gegeven over de kalverhouderij en de structuur van de kalverhouderij in Nederland.

dhr. Swinkels belichtte in zijn presentatie de ontstaansgeschiedenis van de kalverhouderij en de verbondenheid met de melkveehouderij, waarbij hij benadrukte dat beide sectoren van elkaar afhankelijk zijn. Daarbij benoemde hij de verbeteringen die de afgelopen periode/jaren hebben plaatsgevonden op het gebied van stalinrichting, hygiëne, ongediertebestrijding, de verbeterde ontvangst en start van de kalveren en de weerbaarheid van de kalveren in de kalverhouderij. Aan de hand van het onlangs gepresenteerde sectorplan, waarbij de nadruk ligt op emissie-arme stalsystemen,antibiotica en transport inclusief de daaraan verbonden voorwaarden werd ingegaan op de toekomst en de uitdagingen die de sector te wachten staat. Bij emissie-arme systemen dient gekeken te worden naar een aanpak aan de bron en niet naar end-of-pipe oplossingen zoals bij luchtwassers het geval is. Op het gebied van de gezondheid van kalveren zal een verdere reductie van antibiotica noodzakelijk zijn, Het Kalf Volg systeem, de verbetering van de transitiefase en de opzet van BVD-vrije kalveren vanaf 2021 zullen hier een positieve bijdrage aan geven. Daarnaast zal een grote winst van antibioticareductie nog gehaald kunnen worden uit het verbeteren van het stalklimaat en kennisontwikkeling (Eveal).

Als toekomstige ontwikkelingen die van invloed zullen zijn op de kalverhouderij benoemde dhr. Swinkels: het klimaatakkoord, de stikstofcrisis en de noodzaak van duidelijke en eenduidige maatregelen binnen de EU. daarnaast benoemde hij een verdere verbetering van de hygiëne: reiniging en desinfectie, leegstand en uitstoot van stikstof. Bij deze maatregelen dient men er wel rekening mee te houden dat alles zowel haalbaar als betaalbaar moet blijven voor de kalverhouderij. Tenslotte gaf hij de boodschap dat er rekening gehouden moet worden met enerzijds een verminderde productie in Nederland en anderzijds een verhoogde vraag van vlees de komende 10 jaar wereldwijd, ondanks de alternatieven zoals kweekvlees, wat niet als concurrentie werd gezien. Dhr. Swinkels sloot af met de mededeling dat we trots moeten zijn. De Nederlandse kalverhouderij is een voorbeeld in de wereld met de centrale rol die de kalverhouder qua kennis en kunde daarin vervult.

Dhr Bert van den Berg van de Dierenbescherming belichte vanuit zijn oogpunt de uitdagingen voor de kalverhouderij. Deze liggen volgens dhr. Van den Berg bij de aanvoer van kalveren, gezondheid, huisvesting en de afzet van het vlees. De leeftijd bij aankomst van de kalveren op het kalverbedrijf zou wat betreft dhr. Van den Berg verhoogd mogen worden naar tenminste 28 dagen gezien de transitie van de maternale afweer naar de verkregen afweer, evenals het verkorten van de maximaal toegestane reisafstand. Dhr. van den Berg erkende dat de gewilde Ierse kalveren qua gezondheid beter presteerden dan anderen en analyseerde de Ierse situatie om succesfactoren te kunnen gebruiken voor de Nederlandse melkveehouderij en zo meer vitale kalveren van eigen bodem te realiseren. Qua gezondheid zijn volgens de Dierenbescherming in de huisvesting (ruimte en vloertype), in een verbeterde hygiëne alsmede in een verbetering van het stalklimaat nog vooruitgang te boeken in de kalverhouderij.

Dhr. van den Berg benadrukte dat Nederlanders veel zuivel eten, maar dat het grootste deel van het kalfsvlees wordt geëxporteerd. Voor de License to Produce is het wenselijk dat de kalfsvleesafzet in Nederland toeneemt. “De meeste Nederlanders blieven kennelijk het huidige kalfsvlees niet”, aldus dhr. Van den Berg. Als alternatief werd een systeem met weidegang voor een bepaalde periode gepresenteerd. Dit systeem zou kunnen bijdragen aan meer acceptatie van de kalverhouderij in Nederland, waardoor de inlandse consumptie toe kan nemen.

Vanuit onze optiek waren het geslaagde bijeenkomsten, waarbij de dynamiek en uitdagingen vanuit verschillende oogpunten goed werden belicht.

Bij deze willen we dhr. Swinkels en dhr. van den Bergh nogmaals hartelijk bedanken voor hun bijdragen aan deze beide avonden.