F2447789-3359-49C8-BA40-E2C2EB8B5592

Selectiekalveren

Ontstaan van selectiekalveren

Ondereind of selectiekalveren komen in elk koppel voor en hebben een negatieve invloed op het technisch resultaat. Het is dan ook zaak het ontstaan van selectiekalveren zoveel mogelijk te beperken en de aanwezige achterblijvers zo goed mogelijk  bij de rest van het koppel te betrekken.

Een klein deel van het ondereind is niet te voorkomen, dit zijn kalveren die bij binnenkomst al slechter zijn of een (verborgen) aandoening hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een hartafwijking of een BVD drager. Ook kalveren die geen of te weinig biest of biest van slechte kwaliteit hebben gekregen op het melkveebedrijf lopen duidelijk meer risico ondereind kalveren te worden. Dit vanwege de te lage hoeveelheid antistoffen in het lichaam, wat ze gevoeliger maakt voor infecties.

 De meeste selectiekalveren ontstaan echter gedurende de ronde wanneer een kalf ziek wordt en niet voldoende herstelt van zijn kwaal. Dit kan komen door slechte reactie op medicijnen of omdat de aandoening voor het kalf te laat wordt opgemerkt en dus behandeld. Hierdoor kan het zo zijn dat er al te veel schade is ontstaan en een kalf niet meer volledig herstelt. Om ondereind te voorkomen zijn daarom een aantal zaken van belang.

  • Op tijd behandelen. Hoe sneller een ziek kalf wordt herkend en behandeld, hoe groter de kans op herstel. Gebruik bij twijfel uw thermometer!
  • Stel de juiste diagnose door het kalf te onderzoeken. Kijk naar de ademhaling, vertering, lichaamstemperatuur en behandel de kalveren volgens uw behandelplan en hanteer bij twijfel de brd-scorekaart. Hierbij is niet alleen het juiste middel van belang, maar zeker ook de juiste dosering (meer is overigens niet beter!) en juiste doseringsplaats (in de spier/onder de huid). Zorg ook voor een correcte behandelduur; wanneer een behandeling 3 dagen moet worden gegeven, stop dan niet na 2 dagen wanneer een kalf ogenschijnlijk is hersteld. De kans op terugval is anders groot. Controleer bij onvoldoende reactie op de behandeling of de gestelde diagnose wel juist is.

Mocht u het idee hebben dat bepaalde behandelingen of middelen te weinig resultaat geven, overleg dit dan met uw dierenarts. Zo kunnen we samen kijken waar de oorzaak zou kunnen liggen en of het nodig is een ander middel in te zetten.

  • Denk ook aan ondersteunende maatregelen. Een eerste behandeling dient altijd te worden gecombineerd met een ontstekingsremmer. Deze verminderen de pijn en koorts, zorgen voor een sneller herstel, minder blijvende schade, minder kans op terugval van de infectie. Bovendien zal een kalf zich door een ontstekingsremmer beter voelen en beter blijven eten en drinken. Dit alles zorgt voor minder gewichtsverlies en een kleinere kans op het chronisch worden van een aandoening.  

Andere ondersteunende maatregelen zijn bijvoorbeeld het toedienen van vitaminen en mineralen, (tijdelijk) geven van speen, een zacht lichtbed en een aan het kalf aangepaste voermaatregel.

Bij onvoldoende reactie op de ingestelde behandelingen, controleer je diagnose!

Sorteren

Om te voorkomen dat kalveren te veel achter blijven ten opzichte van de rest van het koppel is sorteren van kalveren van groot belang. Op deze manier komen kalveren bij vergelijkbare kalveren te staan en kunnen de voergift en eventuele aanvullende behandelingen aan een klein groepje kalveren worden aangepast. Hiermee zorg je ervoor dat kalveren die het wat zwaarder hebben niet steeds verder terug vallen.

Bij het sorteren dient niet alleen te worden gekeken naar het formaat en/of de drinksnelheid van kalveren, maar let ook op het aantal behandelingen. Wanneer een kalf individueel al 2 of 3 keer voor eenzelfde aandoening is behandeld, is het raadzaam dit kalf in een selectiehok te plaatsen en extra te ondersteunen. Wacht hier niet mee tot de conditie van een kalf terug is gevallen, maar probeer dit juist zoveel mogelijk te voorkomen.

Het gaat hierbij niet alleen om longkalveren, maar zeker ook om kalveren met matige vertering. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen infectieuze diarree, zoals bijvoorbeeld virusdiarree of Cryptosporidiose, en pensdrinkers. Voor deze laatste geldt nog een andere selectie; volledig van de melk halen of niet.

Voor elke pensdrinker geldt de volgende therapie:

  • Pens spoelen bij verkeerde inhoud
  • Vetalgin/buscopan spuiten tegen buikkramp
  • Vitamine B spuiten om aan de vitamine B behoefte te voldoen
  • Eerste voeding geen melk
  • Volgende voeding op speen en melk terugnemen, melk langzaam weer opbouwen
  • Veel vocht en extra ruwvoer verstrekken
  • Controleer of kalf ook longproblemen heeft, in geval van longproblemen werkt de slokdarmsleufreflex minder goed, waardoor een kalf in de pens kan gaan drinken

Mocht een kalf ondanks deze maatregelen herhaaldelijk in de pens drinken (2 of 3x moeten spoelen), of een kalf blijft kleimest maken ondanks behandeling, kan in overleg met de vertegenwoordiger en/of dierenarts worden besloten een kalf volledig van de melk te halen.

 Behandeling selectiekalveren

Na het uitsorteren van de selectiekalveren is het zaak deze zo goed mogelijk te laten presteren. Praktisch gezien is het daarom het best om de selectiekalveren naar een ziekenboeg te verplaatsen of in elk geval per eenheid (dus stal/herkomst/geslacht) bij elkaar te plaatsen. Dit verlaagt de infectiedruk in de overige afdelingen, maakt het ondersteunen van de kalveren makkelijker en zorgt ervoor dat je kunt selecteren binnen je selectiekalveren. Immers, het ene selectiekalf heeft meer potentie dan het andere.

De voergift dient bijvoorbeeld te worden aangepast aan de behoefte van de selectiekalveren, de kalveren hebben een ontwikkelingsachterstand ten opzichte van de rest van het koppel. Maar ook binnen de selectiekalveren kan veel verschil in voedingsbehoefte zijn. Pas de voergift aan per hok en verminder de melkgift bij verkeerde mest in selectiehokken, ruwvoer kan ter compensatie verder worden verhoogd. Blijf vervolgens ook tussen selectiehokken sorteren, zo kunnen de betere kalveren zich goed blijven ontwikkelen en worden ze niet beperkt door de slechtste kalveren in het koppel.

Behalve het voer aanpassen hebben selectiekalveren vooral aandacht nodig, ze moeten een beetje verwend worden. Zorg voor een comfortabele bodem (rubber mat, stro) en zeker in het geval van jonge kalveren wat extra warmte (warmtelamp, dekje, opnieuw stro). Om de voeropname te bevorderen is onbeperkt vers en smakelijk voer nodig, samen met onbeperkt water, eventueel aangevuld met elektrolyten. Zet moeilijke drinkers op een speen, hiermee kun je nooit te voorzichtig zijn. Ter ondersteuning van de weerstand aanvullende vitaminen en mineralen (liksteen, door voer of een injectie) en eventueel extra energie, denk aan bambix of yoghurt.

Er zijn dus behoorlijk wat mogelijkheden om het ondereind te ondersteunen, niet iedere optie zal voor elk bedrijf of elke veehouder even praktisch en/of haalbaar zijn. Overleg deze zaken daarom vooral ook met uw vertegenwoordiger en dierenarts, zo kunnen we samen tot het beste plan van aanpak komen voor uw bedrijf.

Zie hieronder een goed voorbeeld van een juiste behandeling en verzorging van een aandachtskalf (in dit geval een diarreekalf) en welk resultaat dit op kan leveren!