F2447789-3359-49C8-BA40-E2C2EB8B5592

Nieuwsbrief april 2009: De runderlintworm

Deze nieuwsbrief zal gaan over de lintworm. De reden van deze nieuwsbrief is dat op 17 maart de directeur van het bureau risicobeoordeling VWA een advies heeft weggelegd bij minister Verburg over de risico’s van echinococcose bij Roemeense runderen.

Een aantal aanbevelingen in deze brief zijn:

  • Het verlagen van de bandsnelheid in het slachthuis
  • Het invriezen dan wel het ongeschikt verklaren van de organen van risicodieren
  • Verder een evt wetswijziging welke inhoudt dat er een verplichte melding van de aanvoer van risicodieren aan het slachthuis en aan de toezichthoudende dierenarts VWA komt.
  • En een aanbeveling om een invoerverbod van risicorunderen binnen de EU aan de orde te stellen bij een comite van de EU!!!

De brief is opgesteld omdat er runderen uit Roemenië en Bulgarije naar Nederland wordenvinnen lever rund bronGD geïmporteerd. Het gaat hierbij om vleeskalveren, maar ook elke maand 200 dieren ouder dan 2 jaar welke ingezet worden in de vleessector of zelfs melkveesector . In Roemenië en Bulgarije komt de de lintworm veelvuldig voor en 21% van de runderen in Roemenië is besmet met waarschijnlijk de hondenlintworm.

In de nieuwsbrief zullen de lintwormen die “vinnen” veroorzaken bij runderen besproken worden. Het gaat hierbij om de runderlintworm (Taenia sagginata) en de lintworm van de hond (echinococcus granulosus)

Deze lintwormen veroorzaken beide blazen oftewel “vinnen” in de spieren van runderen. Op het oog is er geen onderscheid te maken tussen de beide lintwormen. Echter bij nader onderzoek heeft het RIVM vastgesteld dat het om echinococcose (de hondenlintworm) gaat bij de runderen afkomstig uit Roemenië. Echinoccose is een aangifteplichtige ziekte in Nederland. Dus verdenkingen moeten gemeld worden aan de VWA!!

De runderlintworm

De runderlintworm is een lintworm die als (enige) eindgastheer de mens heeft en als tussengastheer het rund (verder kunnen buffels, giraffen en lama’s ook als tussengastheer fungeren). Doordat mensen besmet kunnen raken spreken we hier van een zoönose (een ziekte die van dieren op mensen overgedragen wordt).
De runderlintworm heeft twee verschillende verschijningsvormen. Een vorm is de daadwerkelijke lintworm en de tweede is de blaasvormige(cysteuze) vorm. Deze blaasvormige vormen worden ook wel “vinnen” genoemd en worden bij het rund aangetroffen. De uiteindelijke lintworm wordt alleen bij de eindgastheer gevonden: de mens .

Deze lintworm bestaat uit een kop die zich met 4 zuignappen vasthecht aan het slijmvlies van de dunne darm. Achter de kop bestaat de lintworm uit een aantal geledingen (soort rijstekorrels). Dit aantal korrels varieert van 1000-2000. Deze korrels bevatten eitjes. Aangezien een lintworm tweeslachtig is, worden de aanwezige eieren ook gelijk bevrucht. Een  korrel bevat 80.000- 100.000 eieren en variëren van 1,5 tot 2 cm bij 5-7 mm(=rijstekorrel). Dit houdt in dat de lintworm in de meeste gevallen een lengte heeft van 4-10 meter, maar kan ook 25 meter worden!!! Als de lintworm zich na 2 maanden volledig ontwikkeld heeft laat een korrel los. Deze korrel verlaat ons lichaam via de anus. De lintworm zelf blijft 5-20 jaar in ons lichaam aanwezig zonder behandeling. 6-9 korrels verlaten ons lichaam per dag. Dit is niet altijd bij de ontlasting. De korrels kunnen namelijk ons lichaam actief verlaten. Deze korrels kunnen dan in het gebied rond de anus een tijdje blijven kleven, voordat ze in de omgeving terechtkomen. (Hierdoor worden ze in de gehele omgeving van een besmet persoon teruggevonden).  De eitjes welke uit de korrel komen kunnen dagen tot maanden overleven in de omgeving. Als een rund uit zijn omgeving deze eieren opneemt (middels grazen,drinken,ruwvoer,contact etc) komt er uit een eitje in de maag een oncosfeer vrij. Deze oncosfeer gaat door de darmwand en baant zich een weg naar het spierweefsel. In de spieren aangekomen vormt de oncosfeer een blaasje, ook wel vin genoemd. Deze tocht duurt ongeveer 10 weken. De vin kan maanden aanwezig zijn in de spieren. Als de vin sterft verkaast en verkalkt het blaasje, maar blijft nog maanden tot jaren zichtbaar in de spieren. Indien mensen dan onvoldoende verhit (<56 graden celsius) rundvlees eten waar vinnen in aanwezig zijn nemen ze zo’n lintwormblaasje op. Dit blaasje kan zich in de mens ontwikkelen tot een volwassen lintworm.

De hondenlintworm 

De hondenlintworm is een lintworm die als eindgastheer de hond of de wolf heeft en als tussengastheer kunnen zowel het rund als de mens (eigenlijk alle zoogdieren, maar elke stam heeft een voorkeur voor een bepaalde tussengastheer) fungeren. Hierbij spreken we dus ook van een zoönose. Net als de runderlintworm heeft de hondenlintworm twee vormen. Een vorm is de daadwerkelijke lintworm en een de tweede is de blaasvormige (cysteuze) vorm. De blaasvormige vormen worden ook wel vinnen genoemd en worden bij de tussengastheren gevonden. De uiteindelijke lintworm wordt alleen bij de hond gevonden.

Deze lintworm bestaat uit een kop met 4 zuignappen en een dubbele krans met haken, een korte nek en een paar geledingen, waarvan er slechts een bevruchte eieren bevat. De bevruchte eieren worden na ongeveer 7 weken na infectie geproduceerd. De lintworm is slechts enkele milimeters (2-6mm) groot. De eieren komen met de ontlasting van de hond in de omgeving terecht en zijn niet met het blote oog zichtbaar. Deze eieren worden door de tussengastheren opgenomen via de mond. Dit kan gebeuren vanuit de omgeving van de hond en door direct contact met de besmette hond. In de darm van de tussengastheer worden de larven uit de eieren geactiveerd, ze gan van hieruit door de darmwand en komen voornamelijk in de lever en de longen terecht. Hier ontstaat dan een blaas oftewel “vin”. Deze blaasje groeien gemiddeld 1 cm in diameter per jaar.In deze blaas ontwikkelt zich een lintwormkop. Als honden de organen van de besmette dieren eten (slachtafval) raken ze geïnfecteerd met de lintworm. De aanwezige kop hecht zich dan vast in de darmen van deze dieren, zodat de cirkel rond is. De lintworm blijft meestal een halfjaar in leven, maar een worm kan in een enkel geval ook jaren in de hond aanwezig blijven.

Ziekteverschijnselen bij het rund

Runderlintworm: Bij het rund worden slechts vage en weinig specifieke klachten waargenomen

Hondenlintworm:Vaak weinig specifieke klachten. Wel kan er sterfte en verminderde groei optreden. Verder is de plaats van de vinnen van belang voor de verschijnselen die optreden. Bij runderen groeien de blaaswormen ook langzaam, waardoor er vaak geen specifieke kalchten tijdens het leven worden waargenomen.

Ziekteverschijnselen bij de mens

Runderlintworm: Een mens met een runderlintworm merkt daar meestal weinig van, hooguit wat vage buikklachten. Vaak is de enige waarneming de losse geledingen (rijstekorrels) in de ontlasting. In Nederland kwamen enkele jaren geleden ongeveer 30.000 besmettingen/jaar voor. Deze schatting is gebaseerd op de ingestelde behandeling. De behandeling van aarsmaden is gelijk aan de behandeling van de lintworm waardoor het aantal besmettingen lager zal uitvallen. In België is het aantal besmettingen meer dan 10.000 gevallen/jaar.

Hondenlintworm: Een mens die geinfecteerd is met de hondenlintworm ontwikkelt blazen. Het duurt meestal relatief lang voordat er zich verschijnselen van deze groeiende blaaswormen ontwikkelen, gemiddeld zo’n 15 jaar. Als mensen niet geopereerd worden is het sterftepercentage 20-60%. Wanneer blaaswormen doorbreken kunnen mensen in shock raken en overlijden. Verder zijn de verschijnselen afhankelijk van de plek waar de blazen zitten en in hoeverre de organen aangetast zijn. Verschijnselen die kunnen optreden zijn: Geelzucht, buikpijn, pijn op de borst, bloedplassen, toevallen, braken, hoesten, kortademigheid, maar ook botbreuken. In Nederland was het aantal besmettingen 1:500.000 inwoners in 2006. In Roemenië was dit 8:100.000 inwoners in 2006. Daarbij moet worden opgemerkt dat de gevallen in NL vrijwel allemaal in het buitenland zijn opgelopen.

Honden hebben vrijwel nooit ziekteklachten door de hondenlintworm. Behalve een enkele keer vage buikklachten en krabben of bijten na de buik. Jonge honden kunnen wel mager worden of traag groeien

 Diagnostiek

Runderlintworm: Zowel bij het rund als bij de mens kan de diagnose runderlintworm wordt gesteld op basis van de “rijstekorrels”die in de ontlasting gevonden worden. Er is geen specifiek bloedonderzoek bij mensen aanwezig. Met bloedonderzoek bij het rund kan men wel aantonen of er een worminfectie aanwezig is, alleen niet welke wormen. (in de literatuur is een antigeen detectie-ELISA voor de runderlintworm beschreven(Donney et al.))

Hondenlintworm: Bij het vermoeden van een infectie met echinococcen (blaasjes van de hondenlintworm kan men een echo, rontgenfoto of MRI scan maken.  Verder kan bloedonderzoek nog een aanwijzing geven.
De diagnose bij runderen wordt in de meeste gevallen pas tijdens de keuring voor het slachten ontdekt. Bloedonderzoek en klinische klachten geven vaak weinig aanwijzingen.
Het RIVM kan door onderzoek van de blazen wel uitmaken bij welke worm deze blaas gevormd wordt.

Behandeling

Runderlintworm

De humane behandeling kan bestaan uit de toediening van een korte kuur met een van onderstaande lintwormdodende middelen (informeer bij uw huisarts):

  • mebendazole,
  • praziquantel of
  • een eenmalige behandeling met niclosamide

Door deze behandeling komen er veel lintwormeieren in de omgeving terecht,want geen van deze middelen kan de eitjes van de runderlintworm doden alleen middels natriumhypochloriet (desinfectiemiddel) kunnen de eieren van de afgedreven lintworm onschadelijk worden gemaakt. Praziquantel wordt humaan ook gebruikt voor neurocystercicose welke wordt veroorzaakt door de varkenslintworm.

Voor runderen is er geen geregistreerde behandeling voorhanden. Dit komt doordat de gevormde blazen gedurende lange tijd aanwezig zijn. Wel wordt er in de literatuur beschreven dat de oncosfeer in het blaasje gedood kan worden met een middel dat ivermectine bevat. De blaasjes (vinnen) blijven echter nog maanden tot jaren aanwezig in runderen. Hierdoor dient de behandeling gericht te zijn op de preventie van een infectie.

Hondenlintworm

Bij de behandeling van mensen met de blaasvormige vorm heeft operatieve therapie de voorkeur. Indien operatie niet mogelijk is (de blaas zit op een moeilijk bereikbare plaats, aanwezigheid van meerdere blazen) of indien men de blaas wil verkleinen voor de operatie, komt therapie met albendazol in aanmerking. Opgemerkt moet worden dat de respons moeilijk te voorspellen valt, in 20-40% van de gevallen treedt er geen of nauwelijks effect op. Verder staat beschreven dat na een geslaagde behandeling tussen 10 en 30% na verloop van tijd opnieuw blazen ontwikkelen.
Runderen worden nooit behandeld. Honden die de ware lintworm bij zich dragen worden behandeld met praziquantel (5 mg/kg) en de behandeling wordt herhaald na 3-4 weken. Als ze in een ‘risico’gebied leven moeten ze vervolgens om de 3 maanden behandeld worden met praziquantel.

Preventie

Runderlintworm:

De mens is de enige besmettingsbron. Vandaar dat het van belang is om menselijke dragers van de lintworm op te sporen. Indien in een veestapel veel dieren positief zijn, kan men er vanuit gaan dat ze in contact zijn geweest met een lintwormdrager. Indien er slechts weinig dieren besmet zijn, kan dit op een weide zijn gebeurd, die bemest is met mengmest waarin mensenlijke ontlasting aanwezig is geweest of weiden die bemest zijn geweest met slib van septische putten, waterzuiveringsstations. Verder kunnen runderen geïnfecteerd worden door besmet drinkwater (oppervlaktewater). Daarnaast kunnen vogels en andere dieren de eieren verspreiden over grote afstanden.

Vandaar:

  • Geen menselijke ontlasting op de weide (afvoerbuis van het toilet naar de mestkelder?)
  • Ongedierte en vogels weren (ook bij de maïskuilen)
  • Oppervlakte-drinkwater vermijden (leiding of boorput is in de vleeskalveren al gebruikelijk)
  • Evt opsporen van mensen die dragers zijn van de lintworm indien er veel positieve dieren zijn.

Het voorkomen van een lintwormbesmetting bij mensen ligt voor een groot deel bij de VWA. Daarnaast is het van belang om vlees minimaal bij een temperatuur van 56 graden celsius te verhitten, waardoor de runderlintwormblaasjes gedood worden.

Hondenlintworm:

De hond is de enige eindgastheer. Van belang is de honden optimaal te ontwormen en uit de buurt van mensen en runderen te houden. Er is geen directe overdracht tussen mensen onderling. Men kan op de volgende mnieren de infectiecyclus doorbreken of beperken:

  • Neem een goede hygiëne in acht zoals altijd handen wassen, vooral na contact met een hond of als een hond zich in de buurt bevindt. Een hond likt vaak ook zijn anus en zijn vacht. Hierdoor worden de eieren verspreidt makkelijk verspreidt.
  • Vermijd contact met honden die niet goed ontwormd/behandeld zijn vooral in risicolanden en zorg ook dat ze niet bij kalveren of het voer van kalveren kunnen komen.
  • Voer honden geen rauw vlees of slachtafval.
  • Let op met bosvruchten en paddestoelen uit de natuur

De eieren van de hondenlintworm kunnen niet tegen temperaturen van -70 graden celsius en tegen temperaturen van boven de 60 graden celsius.  Twee uur verwarmen bij 50-60 graden celsius doodt alle eieren. Er is zelfs beschreven dat een temperatuur van 43 graden celsius de eieren in korte tijd afdoodt

Vleeskeuring slachthuis

De keuring op het slachthuis vindt plaats middels visuele inspectie en het insnijden van enkele spieren. De spieren die ingesneden kunnen worden zijn:De kauwspieren, de hartspier,spieren van het middenrif, de tong en de slokdarm. Deze spieren worden ingesneden omdat deze spieren van weinig economische waarde zijn.  In 1992 werd 2% van de runderen hierdoor positief bevonden in NL. Echter door de keuze van het insnijden van deze spieren zal 60% van de licht geïnfecteerde gevallen gemist worden (in de duurdere spieren meer kans dat hier de vinnen aanwezig zijn).

Bij vaststelling van slechts enkele vinnen worden de karkassen gedurende 10 dagen met een inwendige temperatuur van -18 graden celsius weggehangen. De organen van deze dieren worden gedurende 2 dagen weggehangen bij een temperatuur van -20 graden celsius. De aangetaste delen worden ongeschikt voor menselijke consumptie verklaard. Deze procedure geldt ook voor dieren afkomstig uit risicolanden (Roemenië en Bulgarije).
Verder wordt het gehele slachtproces onder controle van de VWA uitgevoerd.

Worden in het gehele karkas vinnen gevonden, dan wordt het dier afgekeurd voor humane consumptie.