Nieuwsbrief augustus 2007: Coccidiose

Alle kalveren dragen coccidiën bij zich, maar niet ieder kalf heeft last an coccidiose!!!

In Nederland komen 13 soorten coccidiën voor, waar er maar 3 acute ziekte bij kalveren kan veroorzaken. Het gaat hier om Eimeria Alabamensis, Eimeria zuernii en Eimeria bovis.
In de kalversector gaat het om Eimeria zuernii en Eimeria bovis.

Coccidiën zijn parasieten waarvan het grootste deel van de cyclus, die 3 weken duurt, buiten het kalf afspeelt (=oocysten).  Als oocysten worden opgenomen vestigen ze zich in de cellen van de darm en dan voornamelijk in het achterste gedeelte. Dit leidt tot weefselbeschadinging en zwelling van de darm wat weer leidt tot een verminderde opname uit de darm van voedingsstoffen.

De symptomen bestaan uit persen (irritatie van het achterste deel van de darm) en een (bloederige) diarree met slijm en eventueel vlokken door de weefselbeschadiging van de darm. Door het frequent persen loopt de dunne mest er gewoon uit en worden de hakken van het kalf vaak nat.
De kalveren zullen ook achterblijven ten opzichte van de andere “gezonde” kalveren

Bij uitgebreide infecties met coccidiën treden vaak secundaire infecties op met bijvoorbeeld Clostridium perfrigens en/of E. coli wat het beeld kan verergeren.

Coccidiose treedt voornamelijk op bij jonge kalveren, doordat deze kalveren geen of onvoldoende afweer hebben opgebouwd tegen coccidiën. Zoals alom bekend is leidt stress tot een daling van de afweer, waardoor coccidiose ook bij oudere kalveren kan optreden.
Een overmaat aan voedingsstoffen in de dikke darm kan een predisponerende factor zijn in het ontstaan van coccidiose.

De diagnose wordt gesteld aan het klinisch beeld en/of door mest onderzoek

De laatste tijd worden we steeds meer geconsulteerd bij zowel jonge kalveren als oude kalveren of koppels (rose)kalveren met dunnere mest waarbij coccidiën een mogelijke bijdrage leveren aan het beeld.

Vaak treden deze verschijnselen 3 weken na een stressmoment op of nadat de kalveren een flinke hoeveelheid krachtvoer (brok) krijgen. Dit zijn factoren die predisponerend kunnen zijn voor het optreden van coccidiose.

Bij een individueel kalf beslaat de therapie een behandeling met vecoxan. Dit is het enige middel tegen coccidiose bij kalveren voor de vleesproduktie. Bij opfokkalveren is er sinds kort weer de mogelijkheid om de recent geïntroduceerde baycox te gebruiken. Naast een middel tegen coccidiose  kan het in sommige gevallen nuttig zijn om een antibioticum bij te geven vanwege de secundaire infecties en een middel dat een beschermende werking op de darm heeft. Verder moet er hygiënisch gewerkt worden en het rantsoen eventueel worden aangepast.

Bij koppels rosekalveren waar ‘veel’ dunne mest aanwezig is moet in eerste instantie naar het rantsoen gekeken worden. Werkt dit niet voldoende dan kan besloten worden tot een medicamenteuze behandeling voor dysbacteriose/coccidiose na inzetten van een (eventueel)  mestonderzoek.

Heeft U problemen met coccidiën laat een van onze dierenartsen een plan van aanpak opstellen voor Uw bedrijf. Dit levert U vrijwel gegarandeerd betere resultaten op.

Aanmelden voor de nieuwsbrief?