F2447789-3359-49C8-BA40-E2C2EB8B5592

Inzet tweede keus middelen

Regelmatig merken we dat er nog vrij veel onduidelijkheden bestaan rondom de inzet en het op voorraad hebben van 2e keus middelen. Daarom deze nieuwsbrief ter verduidelijking.

Om 2e keus middelen (bijvoorbeeld spuitmiddelen zoals Gentaject, Albipen L.A., Draxxin of Amoxicilline, maar ook orale middelen zoals bijvoorbeeld Parafor, Neosol, Flumequine of Ampisol) in te mogen zetten moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Deze zijn de volgende:

  • De middelen moeten zijn opgenomen in het bedrijfsbehandelplan. Hierbij mogen maximaal voor 3 verschillende aandoeningen 2e keus worden voorgeschreven, bijvoorbeeld luchtwegen, gewrichten en navels).
  • In totaal mag van een tweede keusmiddel de hoeveelheid worden afgegeven van maximaal 5% van de aanwezige gevoelige dieren voor deze aandoening op uw bedrijf. Wanneer, in geval van kleine koppels, met één verpakking deze 5% wordt overschreven mag maximaal 1 verpakking worden afgezet.
  • Voor bedrijven die nuchtere kalveren op zetten – blankvlees en rosé start of rosé combi – gelden de eerste 6 weken na opzet als hoog-risicoperiode. In deze 6 weken dient de dierenarts minimaal 1x per twee weken het bedrijf te bezoeken. Indien inzet van 2e keus middelen noodzakelijk is kan de dierenarts deze tijdens dit bezoek voorschrijven en dit voorschrift is geldig tot het volgende bezoek (maximaal 14 dagen).
  • In de laag-risico periode (6 weken na opzet van het laatste kalf) of voor afmestbedrijven geldt dat de dierenarts het bedrijf elke 3 maanden moet bezoeken. Voorschrijven van 2e keus middelen kan niet beperkt zijn tot het ene bezoek in deze 3 maanden. Indien er in deze periode een kalf is waarbij inzet van een 2e keus middel noodzakelijk is en dit middel is op het bedrijf aanwezig, dan dient u bij inzet van dit 2e keus middel binnen 24 uur contact op te nemen met de dierenarts. Zodoende kan hij/zij beslissen of een bezoek noodzakelijk is of kan worden voldaan met een toepassingsvoorschrift van het 2e keus middel. Hiermee mag het zieke dier en eventuele andere vergelijkbare zieke dieren behandeld worden. In het voorschrift moet een geldigheidstermijn van het voorschrift zijn opgenomen, met andere woorden; hoe lang mogen vergelijkbare kalveren met het 2e keus middel behandeld worden zonder verdere tussenkomst van de dierenarts.
  • Tijdens het maken van het bedrijfgezondheidsplan moet het gebruik van tweede keus middelen besproken en geëvalueerd worden en dient men te kijken naar aanvullende maatregelen om het gebruik van tweede keus middelen te beperken/reduceren.

Waar in de praktijk nog wel eens onduidelijkheid over bestaat is het feit dat 2e keus middelen volgens de huidige wetgeving op voorraad mogen zijn, ook wanneer het laatste voorschrift van de dierenarts is ‘verlopen’. Volle flesjes hoeven dan ook niet retour en aangebroken flesjes hoeven niet te worden afgevoerd. (Houd u wel rekening met de beperkte houdbaarheid van de flacons na aanprikken!) Let wel, voor het opnieuw inzetten van de middelen moet contact met de dierenarts worden opgenomen en moet u dus een (nieuw) toepassingsvoorschrift hebben.